Verbogen / onverbogen bijvoeglijk naamwoord met betekenisverschil Vooral in de geschreven taal kan een betekenisverschil verbonden zijn aan het gebruik van de onverbogen of de verbogen vorm van het bijvoeglijk naamwoord: bij een onverbogen bijvoeglijk naamwoord gaat het dan vaak veeleer om een overdrachtelijke of figuurlijke betekenis, bij een verbogen bijvoeglijk naamwoord om de letterlijke betekenis. Vergelijk bijvoorbeeld: een jong componist ('beginnend') vs. een jonge componist ('niet oud'), een groot strateeg ('met grote kwaliteiten') vs. een grote strateeg ('groot van gestalte').
Bij oud wordt het betekenisverschil ook in de spelling tot uitdrukking gebracht door het gebruik van het koppelteken bij de betekenis 'gewezen, ex'. Vergelijk bijvoorbeeld: de oud-burgemeester ('gewezen, voormalig') vs. de oude burgemeester ('niet jong').
Ook kan een onverbogen bijvoeglijk naamwoord een bijwoordelijk karakter hebben in die zin dat het de wijze uitdrukt waarop een bepaalde activiteit plaatsvindt. Vergelijk bijvoorbeeld: een knap pianist ('die knap piano speelt') vs. een knappe pianist ('knap van uiterlijk'), een slecht docent ('die slecht doceert') vs. een slechte docent ('zedelijk slecht').
Wel is het zo, dat de verbogen vorm dubbelzinnig blijft; een leerling kan met een slechte docent zeker ook iemand aanduiden die slecht lesgeeft, maar op wiens gedrag overigens niets aan te merken valt.
Verbogen / onverbogen bijvoeglijk naamwoord zonder betekenisverschil De meeste bijvoeglijke naamwoorden hebben in het Nederlands een onverbogen vorm (zonder -e) en een verbogen vorm (met -e).
Algemene regels
1. Een verbuigbaar bijvoeglijk gebruikt bijvoeglijk naamwoord wordt altijd verbogen als het voor een enkelvoudig de-woord staat. Bijvoorbeeld: de gele bloem, een mooie auto, blauwe lucht.
2. Een verbuigbaar bijvoeglijk gebruikt bijvoeglijk naamwoord wordt altijd verbogen als het wordt gecombineerd met een zelfstandig naamwoord in het meervoud. Bijvoorbeeld: grote huizen, de gele bloemen, mooie auto's.
3. Een verbuigbaar bijvoeglijk naamwoord voor een enkelvoudig het-woord wordt verbogen als het bijvoeglijk naamwoord wordt voorafgegaan door: het, dit, dat, een bezittelijk voornaamwoord of een vooropgeplaatste genitief. Bijvoorbeeld: het rode huis, dit lekkere bier, dat mooie meisje, haar dure instrument, Jans nieuwe fietsje. In de volgende voorbeelden blijven de bijvoeglijke naamwoorden dus onverbogen: elk rood huis, menig lekker bier, zo'n duur instrument, fijn zand.
Uitzonderingen
Een verbuigbaar bijvoeglijk gebruikt bijvoeglijk naamwoord blijft bovendien meestal onverbogen in woordcombinaties die als 'vaste verbindingen' beschouwd worden, zoals:
1. officiële termen en benamingen: het bijvoeglijk naamwoord, het lijdend voorwerp, het Koninklijk Besluit, het Algemeen Nederlands, het Openbaar Ministerie, het Europees Parlement, het Belgisch elftal;
2. officiële titels die een bepaald beroep of een bepaalde functie aanduiden: de plaatsvervangend kantonrechter, de Algemeen Secretaris, de buitengewoon hoogleraar.
Een verbuigbaar bijvoeglijk naamwoord kan ook onverbogen blijven om welluidendheidsredenen, nl. bij meerlettergrepige bijvoeglijke naamwoorden op -lijk of -ig voor het-woorden en bij meerlettergrepige bijvoeglijke naamwoorden in de vergrotende trap: het onbegrijpelijk verhaal, ons gezellig hotelletje, een voortreffelijker dokter.
In een aanspreking kan naast de onverbogen vorm van het bijvoeglijk naamwoord, ook de verbogen vorm voorkomen. Bijvoorbeeld: lief kind, maar ook lieve kind.
Vooral in Nederlandse krantenkoppen komen verbogen bijvoeglijke naamwoorden voor die schijnbaar in strijd zijn met de algemene regels. Die gevallen kunnen beschouwd worden als verkortingen. Zo is de krantenkop Amsterdamse politiekorps te zwaar belast te beschouwen als een verkorting van Het Amsterdamse politiekorps te zwaar belast. In Vlaamse krantenkoppen gebruikt men in zulke gevallen gewoonlijk een onverbogen vorm: Antwerps politiekorps te zwaar belast.
Trappen van vergelijking van samengestelde bijvoeglijke naamwoorden Voor de vorming van trappen van vergelijking bij samengestelde bijvoeglijke naamwoorden met een deelwoord als tweede lid zijn geen duidelijke regels te geven. Voorzover trappen van vergelijking hier in de praktijk gebruikelijk zijn - de woordenboeken vermelden niet altijd trappen van vergelijking bij dergelijke bijvoeglijke naamwoorden - kan de vorming daarvan van geval tot geval verschillen. Ook de schrijfwijze van de vergelijkende en de overtreffende trap van deze samengestelde bijvoeglijke naamwoorden (los of aaneen) is niet geregeld.
Alleen het eerste lid krijgt vormveranderingen in gevallen als:
dichtbevolkt - dichter bevolkt - dichtst bevolkt;
drukbevaren - drukker bevaren - drukst bevaren;
drukbezocht - drukker bezocht - drukst bezocht;
hooggelegen - hoger gelegen - hoogst gelegen;
hooggeplaatst - hoger geplaatst - hoogst geplaatst.
In andere gevallen worden van de samenstelling als geheel trappen van vergelijking gevormd (soms met een nevenvorm die volgens het eerstgenoemde procédé gevormd is); de overtreffende trap wordt veelal omschreven. Voorbeelden:
diepgaand - diepgaander (of dieper gaand) - meest diepgaand (of diepst gaand, of diepgaandst);
diepgravend - diepgravender (of dieper gravend) - meest diepgravend of diepst gravend;
hoogdravend - hoogdravender - hoogdravendst;
ruimdenkend - ruimdenkender - ruimdenkendst;
veeleisend - veeleisender - meest veeleisend (of veeleisendst);
veelomvattend - veelomvattender (of meer omvattend) - meest omvattend (of veelomvattendst);
veelzeggend - veelzeggender - veelzeggendst;
vergezocht - vergezochter (of verdergezocht) - meest vergezocht;
verstrekkend - verstrekkender (of verder strekkend) - verstrekkendst (of verst strekkend).
(
www.taaladvies.net)